Uit de retraite van Don Sergio Pellegrini – Corato 2 tot 8 oktober 2019



Dit wordt binnenkort aangevuld.

Het volledig en gedetailleerd verslag zal als bundel verschijnen, net zoals bij de vorige retraites die in Corato werden gegeven en net zoals deze van Fr. Robert.



“Mijn Wil heeft het bijzondere vermogen zielen klein te maken, door

hen zodanig te verkleinen dat ze de buitengewone nood voelen dat 

Mijn Wil hun leven zou geven. Hun kleinheid is zo extreem dat zij niet 

weten hoe een akt of een stap te zetten indien Mijn Wil hen niet

ondersteunt.” (uit het BvdH, passage gebruikt door Don Sergio)



+ + + + + + +



Uit de laatste retraite van Fr. Robert Young


Leven in Gods Wil – voor ons gaat het niet om iets compleet nieuw. God en Zijn Wil zijn ons al lang bekend gemaakt. Dit gebeurde door de Kerk en door alles wat we als waarheid in onze Kerk te weten komen. Nu gaat het echter om de volheid van het mysterie van Zijn Wil die Hij ons innerlijk openbaart en langsheen Luisa Piccarreta.

Jezus zegt tot Luisa in deel 30 van het BOEK van de HEMEL:

“Daarom is, zoals sommigen geloven, het leven in Mijn Wil niet nieuw. Allen leven er in, zowel wie goed als wij slecht zijn. Indien er iets is dat wel nieuw kan worden genoemd, is het de MANIER VAN LEVEN. Juist dit moeten we erkennen als onophoudelijke Akt in ons leven, door Hem over al onze akten heerschappij te geven. In feite vormt leven in Hem de heiligheid van elk ogenblik waarop het schepsel ontvangt. Daarom kan worden gezegd dat hij/zij voortdurend in heiligheid toeneemt maar in een heiligheid gevoed door Mijn Wil en verhoogd samen met Hem. Zo voelt het schepsel Mijn Wil als Leven, meer dan het eigen leven.”

Deze enkele zinnen vormen een goede en volledige samenvatting van wat leven in de Goddelijke Wil betekent. Eerst en vooral zegt Jezus dat het niet iets volkomen nieuw is in de Kerk – iedereen is in de Wil van God, alles is in Zijn Wil. Niets kan bestaan buiten de Goddelijke Wil. Je kan natuurlijk opmerken: maar wat dan met zonde en kwaad? Zelfs zonde en kwaad zijn het resultaat van Gods tolerante Wil want Hij schiep ons vrij. Het is het resultaat van Gods directe Wil in het ons scheppen met een menselijke vrijheid. Vanzelfsprekend wil God geen kwaad of zonde maar Hij laat het toe gezien Hij ons vrijlaat.

Indien er dan toch iets nieuw is in wat we nu door Luisa leren kennen is het de manier van leven in Gods Wil en dit te herkennen als de voortdurende akt van ons leven. Dit is uiterst belangrijk om de Goddelijke Wil in Luisa te verstaan: de Wil van God ‘herkennen’ als Wie nu onophoudelijk zal handelen in mijn leven. Door de Goddelijke Wil de macht, de heerschappij, het regeren te geven – te doen zijn – in al onze akten, stel ik niet langer nog akten van mezelf alleen, maar handel ik enkel samen met de Wil van God. Dit leven in de Goddelijke Wil is de heiligheid van elk moment. Bij Luisa legt Jezus ons uit dat die heiligheid van elk moment iets is wat we van de Goddelijke Wil ontvangen. En telkens, wanneer de ziel de Goddelijke Wil verwelkomt in wat zij doet, is de ziel in staat te groeien in ware heiligheid – de heiligheid van God zelf. Een heiligheid die altijd gevoed wordt door de Wil van God. Deze ziel voelt de Wil van God als een leven in zich, in de persoon, in de ziel – meer zelfs dan het eigen leven zelf. Het gaat niet om iets dat eenmalig of slechts enkele keren of af en toe gebeurt, maar om iets dat onophoudelijk – steeds opnieuw – moet gebeuren in alle akten van ons leven.

Wat wij dus leren van deze manier van leven is dat onze akten slechts echte kracht, heiligheid en zin hebben enkel wanneer ze een zijn met de Akt van God, komende van Zijn Wil. We leren dus dat onze akten, en we doen vele akten in ons leven, kleine die eerder onbelangrijk lijken maar ook grote, zoals het vieren van de Eucharistie – al deze akten nemen hun kracht niet uit zichzelf maar uit de Wil van God verenigd met die Akt. Alleen Gods Wil kan immers vermenigvuldigen wat we doen en er goddelijk leven en goddelijke kracht aan geven. ‘Overgelaten aan onszelf kunnen we niets’, zegt Jezus. Je kan niets uit jezelf. Zelfs Hij in Zijn Mensheid kon niets doen. Maar Zijn Mensheid samen met Zijn Godheid kon alles bewerken, kon de wereld redden en kon het voor iedereen mogelijk maken weer te leven in het Rijk van God.

Het Rijk dus dat Hij verkondigt – Hij kwam op aarde om dit Rijk te verkondigen – is de echte zending van Jezus. Hij genas mensen, Hij bevrijdde mensen, Hij gaf mensen te eten… Dit alles waren tekenen dat Gods Rijk weer op aarde kwam regeren. Dat waren de middelen om mensen te laten zien en geloven in het Rijk van God in Jezus. Paus Benedictus zegt dat Jezus het Rijk van God is ‘in persona’. Alleen in Jezus zijn de Goddelijke Wil (in Hem aanwezig van nature) en de menselijke wil (van nature) perfect een. En dat is het Rijk van God – waar de Goddelijke Wil wordt gedaan en ten volle wordt beleefd zo goed als we kunnen.