Korte biografie


Luisa werd geboren te Corato op 23 april 1865. Haar ouders waren diepgelovig. Ze kregen acht dochters waarvan er drie zeer jong stierven. Luisa werd nog dezelfde dag – op Beloken Pasen – in de hoofdkerk gedoopt. De baby werd ‘omgekeerd’ geboren, een voorval dat steeds weer werd verteld om haar levenstoestand uit te leggen. Dit verklaarde waarom haar leven averechts verliep vergeleken met dat van anderen.

Haar ouders brachten de winter door in de stad maar leefden, net als vele andere landbouwers, van de lente tot de herfst op een boerderij op het hoogste punt van de Murge: ‘Torre Disperata’ (Hopeloze Toren), maar destijds de ‘Conca d’oro’ (Gouden Vallei).

Luisa groeide op in een familie waarin de christelijke waarden zeer hoog aangeschreven stonden. Ze was een onzeker meisje dat vlug bang was, zeker toen ze al heel vroeg met de duivel werd geconfronteerd. Maar ook Maria zag ze soms. Op 11-jarige leeftijd sloot zij zich dan ook aan bij de Associatie van de ‘Dochters van Maria’. Luisa was bovendien ook zeer verlegen. Later kreeg ze hierover van Jezus de reden uitgelegd: Hij wou haar van allen weghouden om in haar het Rijk van de Goddelijke Wil te vormen.

Van het basisonderwijs volgde ze enkel de eerste jaren. Toen ze 9 jaar was deed ze haar eerste communie. Die dag werd ze ook gevormd. Telkens ze communiceerde hoorde ze de stem van de Heer. Het was voor haar dan ook zeer hard en pijnlijk de communie niet te kunnen ontvangen wanneer ze met haar familie op de Murge verbleef en geen mis kon bijwonen.

Jezus beloofde haar Leraar te zijn om van haar een ‘perfect beeld’ van Hem te maken. Hij reikte haar alle deugden aan en leerde haar Hem en de medemensen lief te hebben. Ze moest zich ‘nietig’ weten en beseffen dat zonder God niets kan worden gedaan. Uiteindelijk moesten haar wil en de Wil van Jezus een zijn.

Toen ze ongeveer 13 jaar was zag ze haar ‘geliefde Jezus’ gebogen onder het Kruis. Hij keek haar aan en vroeg: ‘Ziel, help, Mij’. Zo geraakte zij ondergedompeld in de immense zee van Zijn Passie. Enkele jaren ging zich dit duidelijk manifesteren. In het begin kon alleen zij dit waarnemen, later ook wie haar omringden. Maria vroeg haar of ze dit lijden aanvaardde. Luisa moest eerherstel brengen voor de vele beledigingen die Jezus worden aangedaan. Haar familie kon een complete bewusteloosheid waarnemen en een stijfheid alsof ze dood was. Ze werd aan alle soorten medische tests onderworpen. Het was uiteindelijk enkel een priester die haar kon helpen door haar te zegenen. Zo werd zij door Jezus in de handen van opeenvolgende priesters geplaatst. Uiteindelijk ging haar ziel op dergelijke momenten telkens haar lichaam verlaten waarbij ze ging delen in Jezus’ pijn. ’s Nachts beleefde zij de grote mysteries, overdag was ze een eenvoudige vrouw die vele meisjes het zeer gewaardeerde ‘tombolo’ aanleerde (een soort kantklossen). Wie hiervoor bij haar aan bed kwam werd ook spiritueel onderricht.

Ondertussen kende Luisa twee mystieke huwelijken en verlangde ze gekruisigd te zijn met Jezus. Ze ontving de stigmata maar op haar aandringen bleven deze onzichtbaar. Dit werd gevolgd door het huwelijk van het Kruis. De inwendige Leraar ging verder om van Luisa het ‘perfecte beeld’ van Zijn Mensheid te maken.  

In 1899 kreeg zij van haar biechtvader en van Jezus zelf, de opdracht haar nachtelijke gesprekken met Jezus op te schrijven. Haar verlegenheid (ze wou niet dat anderen hierover iets te weten kwamen) en het besef niet zonder fouten te kunnen schrijven, deed haar dit weigeren. Maar in ‘volle gehoorzaamheid’ begon ze op 28 februari dan toch op te tekenen ‘hoe te leven in de Goddelijke Wil’. Ze schreef tot 28 december 1938. Haar dagboek – het Boek van de Hemel (naam gegeven door Jezus) – telt 36 schriften.

De eerste 18 delen werden uitgegeven door de heilige Annibale Maria Di Francia. De overige niet meer, gezien deze priester stierf in 1927. Zijn dood betekende voor Luisa een enorm verdriet en een groot gemis want er was tussen hen een zeer intense spirituele band ontstaan. Maar zoals altijd, uitte zij ook dan haar ‘fiat’. Deze priester had haar ook aangezet tot het opschrijven van haar overwegingen bij de Passie van Jezus – nadat ze ook al haar Kerstnoveen had opgetekend. Hij gaf als eerste de ‘Uren van de Passie van Onze Heer Jezus Christus’ uit en bracht het boek bij de paus.

Na de dood van Pater Annibale werd het publiceren verdergezet. Het was doorheen de jaren Luisa’s zending geworden om, naast haar leven, ook met haar geschriften de Kerk haar kennis mee te delen over de ‘heiligheid van leven in de Goddelijke Wil’. Zo kenden ook haar 31 lessen van Maria – ‘De Maagd Maria in het Rijk van de Goddelijke Wil’ – verschillende publicaties.

Ondertussen verhuisde Luisa – dit was de wens van P. Annibale – naar het klooster van de Zusters van de Goddelijke Ijver, orde door hem gesticht, die hij in Corato voor Luisa had laten bouwen. Ze bleef daar tot wanneer over haar geschriften een storm losbarstte – net zoals over vele andere mystieke geschriften. Deze storm bezorgde Luisa een uiterst scherpe pijn maar in totale gehoorzaamheid legde zij zich erbij neer. Jezus troostte haar en nodigde haar uit niet bezorgd te zijn: “Niet een woord zal ervan verloren gaan”.

Haar laatste levensjaren bracht Luisa door in een huis dicht bij de woning van haar biechtvader. Hij kon immers niet langer naar het klooster komen waar zij verbleef. Ook daar bleef ze, ondanks haar teleurstellingen en bittere lijden, inspanningen leveren om in totale overgave in het Goddelijke Willen te leven. Er zijn vele getuigenissen van mensen die voortdurend bij haar om troost en gebed kwamen vragen (oorlogstijd) en vertelden: ‘Zij is iemand van God’.

Op 4 maart 1947 stierf Luisa, bijna 82 jaar oud.  Van dichtbij én veraf  kwam men ‘Luisa la santa’ – zo was zij algemeen gekend – begroeten. Gezien men haar lichaam niet kon uitstrekken, ook al was er geen lijkstijfheid te bemerken, was men genoodzaakt een speciale kist te ontwerpen. Haar begrafenis werd een ware triomf.

Aanvankelijk werd Luisa begraven op het kerkhof van Corato maar in 1963 werden haar stoffelijke resten overgebracht naar de parochiekerk van Santa Maria Greca. Daar rust ze nu sinds de verjaardag van haar geboorte 2019 in de  gerestaureerde Sacramentskapel.